Het eiland Gran Canaria wordt jaarlijks overspoeld met miljoenen toeristen die voor het merendeel worden aangevoerd met vliegtuigen, waarna men met het openbaar vervoer of huurauto naar een gehuurd onderkomen trekt. De grootste attractie op Gran Canaria is natuurlijk het bakken in de zon op een postzegel strand tussen honderden mede zon aanbidders. Het is zaak om zoveel mogelijk zonnekleur te verzamelen om het thuisfront te kunnen imponeren. Dit soort vertier is aan ons niet echt besteedt, bovendien zijn die “leuke” vissersdorpjes veranderd in walgelijke toeristen steden. Het is daarom ook geen wonder dat de bewoners van Gran Canaria tegen de toeristen industrie gaan protesteren, immers de meest verdiende centen verdwijnen in de zakken van de projectontwikkelaars en de toeristen die besluiten om op Gran Canaria een huisje aan te schaffen en daarvoor bereid zijn hoge bedragen neer te tellen, maken dat de eigen bevolking nauwelijks meer een onderkomen aan kan schaffen vanwege de sterk opgelopen prijzen.
Dan nog even een opmerking over het verkeer, er wonen op het eiland ongeveer 800.000 inwoners die tezamen 1.3 miljoen auto’s bezitten. De snelweg van Las Palmas naar het zuiden is vaak een grote file heen en terug.En om met een camper in de hoofdstad rond te rijden is een behoorlijke uitdaging, de voetgangers gaan je links en rechts voorbij. Wij konden dit probleem oplossen door op zondag morgen al vroeg naar de oude stad te rijden, dan is er mogelijkheid om vlakbij te parkeren en de mooie oude stad met een bezoek te vereren. Ook het rijden door de prachtige binnenlanden vereist enige zorgvuldigheid, de wegen zijn overwegend smal en vol haarspeld bochten, het is dan ook een vulkanisch berg gebied, de gevormde ravijnen zijn diep in het gesteente ingeslepen. Het verkeer is hier echter veel rustiger dan in de hoofdstad en de oostelijke kustweg naar het zuiden, waar ook het vliegveld aan ligt, op een aantal “Kamikaze” achtige bus chauffeurs na die met ware doodsverachting de bergen op en af denderen. De normale verkeersregels gelden alleen voor andere weggebruikers. Maar de beloning in de vorm van Landschappelijk en Natuur schoon in zowel het droge zuidelijke eiland deel als ook in het natte noorden is groot.
Gran Canaria herbergt naast een prachtig gevarieerd vulkanisch landschap ook een bevolking die deels nog afkomstig is van de eerste bewoners. Van deze eilanden in de Atlantische Oceaan, waren zij de restanten van het verzonken Atlantis waar de Griekse wijsgeer Plato het over had? Hier hebben wij al een raadsel te pakken, waar wij op deze website onder het kopje geschiedenis van Gran Canaria verder op in zullen gaan.Gran Canaria heeft drie prachtige natuurparken boven op de vulkaan restanten, om hier te mogen staan met je camper moet je toestemming vragen bij het OTAC, een overheids kantoor, C.León Castillo 270 35005. midden in Las Palmas. Om hier te komen is het aan te bevelen om via weg nummer GC110 de stad binnen te rijden, na de rotonde voor Las Palmas wordt het de GC197, en daar te parkeren om vervolgens wandelend de stad in te lopen voor een gratis toestemmingsvignet. In de weekenden gaan veel inwoners van Las Palmas hier hun vrije tijd doorbrengen en is er veel drukte, midden in de week is het heel rustig. Het is in deze natuurparken veel koeler en bovenal winderiger dan in het warme zuidelijker deel aan de kust. Als het weer een beetje mee werkt dan is de omgeving en het uitzicht fenomenaal. Zo is het mogelijk om vanuit hier de Vulkaan de Teide op Tenerife te zien op bijna 80 kilometer afstand, de vulkaan lijkt te zweven op een wolkenlaag boven zee.
Het eerste park dat we bezochten was ‘Parque natural de Tamadaba’ aan de westkant van Gran Canaria, het park biedt een schitterend uitzicht over het veel lager gelegen kust gebied en de omringende zee. Wel hadden we de pech dat het kil en regenachtig was, op deze hoogte is dat hier zeker mogelijk, ook in de zomer is bij helder weer kans op nachtvorst. Het tweede park was ‘Preza de Niñas’ ten zuiden van de oude vulkaan, volgens de beschrijving bevond zich hier het mooiste stuwmeer van Gran Canaria, nu dat viel zwaar tegen er was nog een laagje water met daarin veel amechtige vissen. De droogte was enorm en de droog gevallen bodem was een en al craquelé. Gelukkig waren op het park wel voorzieningen want onze Friese Stabij Thorda zat onder de blubber van het restant stuwmeer. De natuur in de omgeving was indrukwekkend we hoorden de Hop, maar verder liet deze schuwe vogel zich niet zien. Het bordje verboden te zwemmen of watersport te bedrijven werkt op je lachspieren. Tegen de avond kwam een schaapskudde naar het beetje water voor wat verfrissing. Het was jammer genoeg volle maan zodat het aantal zichtbare sterren wat tegen viel. Door het ontbreken van de lichte vervuiling die in de steden en meeste dorpen de boventoon voert, kun je hier in deze natuurparken op deze hoogte van 1,5 kilometer de mooiste sterren hemels bekijken. De derde natuur camper plaats was Corral de los Juncos. De omringende natuur nodigde uit voor mooie wandelingen met onze hond Thorda.
Wat overigens wel opvalt is dat dit natuurgebied een tiental jaren terug een landbouw gebied is geweest, de oude waterpijpen steken op veel plaatsen nog uit de grond, ook veel oude terraswerken en onttakelde schuurtjes en andere bouwsels. Het zijn waarschijnlijk amandel plantages geweest want overal zie je nu verwilderde amandel struiken. Veel van de boeren bevolking is naar de steden verhuist en doet zijn inkopen in de stedelijke supermarkten, bovendien zijn de voorzieningen veelal in de steden geconcentreerd. Als in de toekomst het vervoer van voedsel onder druk komt te staan dan kan dit uitlopen op crisis. De toeristen sector biedt vaak laag betaald werk en zorgt voor een zware aanslag op de water voorraad. Deze toegenomen water consumptie is er ook de oorzaak van dat de bodem uitdroogt wat aan de zuidelijke helft van het eiland een door landbouw verlaten droog gebied oplevert.
Het eiland is de door miljoenen jaren vulkanisme gevormd, de bodem is daarom behoorlijk vruchtbaar. Als je door het landschap rijdt zie je de restanten van dat vulkanisme om je heen in de vorm van oude vulkaan kraters. Het dorp Tejeda ligt tegen de oude krater rand geplakt op 1400 meter hoogte en kijkt uit over een 18 kilometer grote vruchtbare krater vallei. Twee grote basalten oude krater pijpen hebben miljoenen jaren verwering getrotseerd en staan nog fier omhoog; Roque Bentayga en Roque Nublo. Het stadje oogt vriendelijk en bezit een museum en een medicinale planten tuin, beide zijn helaas tijdens onze reis gesloten. In de omringende krater rand zijn hier en daar nog wat bewoonde uitgeholde rots woningen te vinden. Rond deze krater zijn nog meer dorpjes zoals Artenara en Fataga, de eerste is niet erg spectaculair, de tweede was erg knus als dorp maar een beetje te toeristisch. De gehele omgeving is zeker de moeite waard. Naast deze hoofd krater ligt verder naar de oostkust in de richting van Las Palmas, Caldera de Bandama. Deze erg begroeide kleinere krater was van een van de kleinere vulkaanuitbarstingen. Er zijn nog veel meer van deze kleinere kraters, dat is er ook de oorzaak van dat de hoofd Krater van Tejeda bij de latere kleinere uitbarstingen niet weer is opgevuld door een nieuwe uitbarsting. Het hele berg gebied is doorsneden met ravijnen die radiaal de berg afdalen. De oorzaak hiervan is dat in nattere tijden stortvloeden van water de berg afdaalden naar zee. Vulkanisch materiaal zoals as en puimsteen is niet zo bestendig tegen erosie. Er zijn de afgelopen 2 miljoen jaar wel 6 ijstijden geweest die op Gran Canaria resulteerden in een met ijs bedekte berg/vulkaan top. Het water dat in het warmere seizoen naar zee spoelde sleet de diepe dalen uit. Naast de vele ravijnen is er nog een fenomeen dat deze gang van zaken goed illustreert, een prachtig uitgesleten canyon. De “Barranco de las Vacas”. Deze Canyon ligt aan weg nummer GC550, 4 kilometer vanaf Agüimes het binnenland in. Het is wel zaak om je auto op een parkeer terreintje te zetten helemaal van de weg af want vaak houdt de plaatselijke hermandad een verplichte inzameling bij fout parkeerders. Als je van de plaats Mogan naar La Aldea de San Nicolas rijdt over weg nummer GC200, dan kom je na ongeveer 9 kilometer de gekleurde rotsen tegen; Los Azulos. Vooral in zonnige omstandigheden sprankelen de kleuren je tegemoet. Deze kleuren zijn een gevolg van verschillende chemische gassen die er bij een uitbarsting kunnen vrijkomen, deze gassen binden zich onder hoge temperatuur aan het uitgebraakte magma, bij iedere temperatuur een andere kleur en gas. Na afkoeling ontstaan zo de verschillend gekleurde puimsteen rotsen. Na deze uiteenzetting over vulkanisme op Gran Canaria gaan we op zoek naar een aantal hoogte punten uit de samenleving van de Guanchen. Wat is er nog te vinden van hun cultuur. Het voert te ver om alles te benoemen, er is te veel. In de puimsteen rotsen zijn woningen uitgehakt, hele dorpen bij elkaar, hier en daar zijn in de stenige ondergrond begraafplaatsen die door het grote aantal wijzen op een bevolkings omvang van naar schatting wel 50 000 zielen.AGAETE; Dit dorp in het noord westen van Gran Canaria is een prima plek om te bezoeken en als je een havenstadje leuk vindt is het naburige Puerto de Las Nieves een aanrader. Nog een andere reden kan zijn dat Agaete aan het begin ligt van een vruchtbaar ravijn waar de vroegste bewoners ook al hun woningen in de hoog op rijzende dal wanden uithakten, ook nu nog zijn sommigen daarvan bewoond. De vallei van San Pedro is een zeer vruchtbare vallei met een grote verscheidenheid aan wilde planten, maar ook vooral in het lagere gedeelte veel tuinbouw. Sommige van de bewoonde grotwoningen halverwege de vallei zijn te bezichtigen, maar of je als bewoner daar ook vrolijk van wordt als er weer een bus vol toeristen je huis binnen wandelen durf ik te betwijfelen. Vlakbij de kustvlakte van dit prachtige ravijn bevindt zich een brokkelige puimsteen waaier. Het Parque Archeológico Maipéz. De Guanche bevolking begroeven hier hun doden. De in geitevellen gewikkelde gebalsemde lichamen werden in kuilen gelegd en met een heuveltje toegedekt. Aan de grootte van de heuvel of een bouwwerk, kon je de positie van de gestorvene in de maatschappij aflezen.
GALDAR; was de hoofdstad van een van de twee Guanche volken die op Gran Canaria woonden, er bevindt zich een beschilderde grot met Guanche symbolen. Na de onderwerping door de Spanjaarden werden de Guanches en de koning verplicht gedoopt in de nieuw gebouwde kerk, de koning van het andere deel had minder geluk, zijn hoofd eindigde los van zijn lichaam gespietst op een puntige paal. Mundo Aborigen: Om in het kort een indruk te krijgen van hun samenleving moet je eigenlijk dit ruim opgezette en nagebouwde Guanche dorp niet overslaan. Het toont hun samenleving in veel facetten. Het museum ligt aan de weg van San Bartolomé de Tirajana naar Maspalomas de GC60. Als laatste noem ik nog Cuevas de Cuatro Puertas; Het ligt aan de weg GC100 op een kruispunt naar het vliegveld toe. Het is een oude lavaberg doorsneden met grotten waar de oorspronkelijke bevolking heeft gewoond. Ook woonden hier de ‘Hamiriguadas’ een soort priesteressen die de goden moesten dienen voor een aantal jaren. Deze in het platte kustlandschap verheven lavabult is een schitterende uitzicht post, vroeger en nu. Wij zijn de hele maand februari 2025 in Gran Canaria geweest en hadden dus veel tijd om bovenstaand uitgebreid te zoeken en bezoeken. In deze maanden staat de toeristen industrie op een lager pitje wat als gevolg heeft dat sommige kleine musea en eetgelegenheden dicht zijn. Wij stonden met onze camper alleen op Parque natural de tamadaba voor een paar dagen, het restaurantje was gesloten. Met een camper maakt dat niet zoveel uit, maar er zijn ook veel fietsers op Gran Canaria. Tegen de avond arriveerden twee Duitse wielrenners bepakt en bezakt die zich een heerlijk diner in het restaurant hadden voorgesteld; jammer dan. Wij hebben ze van het nodige voedsel voorzien. In deze maand is het weer over het algemeen aangenaam, en wordt de noordelijke helft te nat of koud dan rijd je 50 kilometer naar de andere kant. Bij voorbeeld Maspalomas, met een groot strand en een heuse zandduinen oase, je waant je in de Sahara. Het weer aan deze kant is bijna altijd zonnig en warm ook in februari. Samen met Playa del Inglés is het hier wel erg toeristisch en druk, wil je iets meer rust dan is Playa de Mogan een mogelijkheid. Het is een havenplaats met een kleiner strand. De prima camperplek bevindt zich 1500 meter van de kust waar je 72 uur mag staan. Ze hebben hier in Playa de Mogan hun best gedaan om de vissersplaats zo authentiek mogelijk te houden, of dat gelukt is? Wij vinden het hier erg prettig. De volgende bestemming zou Las Palmas zijn, maar vanwege parkeer problemen in de stad en het ontlopen van de Files, lassen we een tussen stop in, ‘Jardín Botánico Viera y Clavijo’ Het park waar alle planten van dit eiland zijn verzameld en in leven worden gehouden, door de droogte vergt dat wel enige inspanning. Maar het resultaat is grandioos en we hebben nu een echte draken boom gezien met rood bloed. De volgende morgen zijn we vroeg op pad naar Las Palmas, en vinden een prima parkeer plek 100 m van het historisch centrum aan weg nummer GC197. De hele stad vinden wij veel te druk maar het oude centrum kan ons wel bekoren met de kathedraal Santa Ana, Museo Canario en Casa Colon het huis waar ontdekkingsreiziger Columbus zou hebben gelogeerd bij zijn vriendin. Een klein deel van al het moois was gesloten, winter seizoen? Teror; is een mooi oud stadje, al voor de Spaanse tijd was het een stad, dat is ook geen wonder want de omgeving is prachtig groen en op 600 m hoogte ook in de zomer redelijk koel. En er staat een basiliek die wij mooier vinden dan de Santa Ana in de hoofdstad. Teror is het religieuze centrum van Gran Canaria, in september wordt een beeld van Nuestra Señora del Pino (Maria) rond gedragen in een processie. Dit alles ter ere van het feit dat Maria in het jaar 1481 aan de pastoor zou zijn verschenen in een dennenboom. Deze flauwekul heeft er wel voor gezorgd dat de goedgelovigen op bedevaart gaan naar Teror vanuit de rest van het eiland. Natuurlijk was dit niet alles wat wij in een maand hebben gedaan maar iedere reiziger zal ter voorbereiding wel de een of andere gids aanschaffen waar alle kerken en andere toeristische hi lights worden besproken, dat gaan wij niet doen! Het was een prachtige reis en we hebben genoten. Ter afsluiting, dat wil zeggen voor de terug reis naar Spanje, zijn wij naar het schiereiland La Isleta gereden. Dit schiereiland omsluit de haven van Las Palmas en is ontstaan door de laatste vulkaanuitbarstingen. Om er te komen moet je dwars door de drukte en smalle straatje van Las Palmas en dan sta je in een contrasterend leeg vulkanisch landschap en kijk je op het gewriemel van de drukke havenstad neer. Voor ons was dit een prima afsluiting en aan de andere kant zagen we de Atlantische Oceaan waar we morgen aan boord van de ‘Marie Curie’ Gran Canaria zullen verlaten.
















































































































































